Zeekool: metamorfose

Zeekool

Zeekool, (Crambe maritima), is een stoere zoutbestendige plant met vlezige stengels en vette bladeren, uitbundig bloeiend met heerlijk naar honing geurende bloemen.

De plant komt in maart paars op en groeit als kool, verkleurt in april naar groen, bloeit uitbundig van mei tot juli, draagt vruchten van juli tot in augustus, verbleekt in september en verdort in oktober. Een parallel met een mensenleven laat zich trekken.

De eerste vondst in Nederland dateert van 1935 nabij Renesse, maar die plant overleeft de winter niet. Vanaf 1959 worden op meerdere Zeeuwse eilanden kiemplanten gevonden. 

Pas in 1968 komt daar een plant in bloei en zet vruchten. De eerste vondsten buiten het Deltagebied zijn in 1969 bij Kijkduin en op Texel. Zeekool blijft vervolgens nog een aantal decennia zeldzaam. Nick van der Ham treft de plant in 1976, 1977, 1978, 1981 en 1986 aan in de zeereep bij Camperduin en in 1979 op de Hondsbossche zeewering. Op deze zeewering wordt de soort in 1989 met drie planten herontdekt, waarvan een in bloei. 

Tegenwoordig groeien hier tussen de basalt-stenen minstens 100 exemplaren. De plant gedijt ook uitstekend op de Afsluitdijk waar hij een onafgebroken lint vormt. Inmiddels is zeekool langs de hele kust te vinden en beslist niet zeldzaam meer.

Foto’s en tekst: Ruud Costers.